Patienteninfo

Het komt voor dat patiënten met een psychiatrisch ziektebeeld zo vreselijk lijden onder de ernstige klachten die de ziekte met zich meebrengt, dat zij het leven niet meer aankunnen en liever dood zouden zijn. Ze kunnen de continue strijd tegen de ziekte niet meer opbrengen en willen alleen nog maar rust. In die speciale situaties is het mogelijk om een arts te vragen hulp te bieden bij de beëindiging van het leven.

De euthanasiewet

In de euthanasiewet is geregeld aan welke voorwaarden (zorgvuldigheidseisen) moet worden voldaan, wil een arts een patiënt met een doodswens kunnen helpen. Daarbij maakt het niet uit of de patiënt aan een geestelijke of een lichamelijke ziekte lijdt. Wel is bij geestelijk lijden doorgaans moeilijker vast te stellen of aan alle voorwaarden is voldaan.

Die voorwaarden zijn:

1.  Er moet sprake zijn van een vrijwillig en weloverwogen verzoek.

Niemand mag van buitenaf druk op de patiënt hebben uitoefenend en de patiënt moet er heel goed over hebben nagedacht. Hij moet wilsbekwaam zijn, wat betekent dat hij in staat moet worden geacht de gevolgen van zo’n verstrekkende beslissing te overzien. Hij mag niet door zijn ziekte van binnenuit gedwongen zijn een einde aan het leven te maken..

De patiënt moet zelf het verzoek indienen. De familie kan dat niet doen.

2.   Er moet sprake zijn van ondraaglijk en uitzichtloos lijden.

Wat ondraaglijk lijden is, is heel persoonlijk. Een psychiatrische patiënt zal de lange duur van de klachten, zonder dat de behandelingen een verbetering van de kwaliteit van leven hebben opgeleverd, als ondraaglijk kunnen ervaren. Ook het vooruitzicht dat zich steeds weer een depressie of een psychose aandient kan ondraaglijk zijn. Het is dus de patiënt die vindt dat hij ondraaglijk lijdt, maar de arts moet zich wel kunnen voorstellen dat de klachten als ondraaglijk worden ervaren.

Lijden is uitzichtloos als er geen redelijk behandelperspectief meer is. Het is  de arts die dat bepaalt. Als er nog een behandeling mogelijk is, moet binnen redelijke termijn een positief resultaat kunnen worden verwacht. Het resultaat moet in verhouding staan tot de belasting die de behandeling voor de patiënt meebrengt. Een langdurige klinische behandeling is in het algemeen geen redelijke oplossing en een behandeling die heel erg belastend is voor de patiënt ook niet.

 3.   De arts moet de patiënt voorgelicht hebben over de zijn situatie en over zijn vooruitzichten.

De arts moet de patiënt voorlichten, maar van de patiënt wordt verwacht dat hij bereid is zich te laten informeren en dat hij zich voldoende inspant om de informatie tot zich door te laten dringen. Het kan van groot belang zijn de familie daarbij te betrekken, zodat de patiënt er samen met hen later nog eens over kan praten.

4.   De arts en de patiënt moeten het er samen over eens zijn dat er geen redelijke andere oplossing meer is.

Zie hierboven onder 2.

5.   De arts moet tenminste één onafhankelijke arts raadplegen.

De zogenaamde SCEN-arts moet onderzoeken of aan de zorgvuldigheidseisen is voldaan en daarvan schriftelijk verslag doen. Ingeval van een psychische aandoening moet ook nog een onafhankelijke psychiater worden geraadpleegd.

6.   De arts moet de levensbeëindiging medisch zorgvuldig uitvoeren. 

Het euthanasieverzoek

Iemand die een serieuze doodswens heeft kan zijn behandelaar vragen of hij bereid is hem te helpen bij de beëindiging van zijn leven. Het kan zinvol zijn om van tevoren een euthanasieverklaring  op schrift te stellen, zodat in alle rust de redenen op een rij kunnen worden gezet waarom verder leven niet meer mogelijk is. Die verklaring kan dan als leidraad dienen voor het gesprek met de arts. Een voorbeeld van een euthanasieverzoek kan via deze website worden gedownload. Doorgaans is het zinvol om een familielid of een andere naaste te vragen aanwezig te zijn bij dat gesprek.

Geeft de arts te kennen dat hij geen ervaring heeft met euthanasie,  of het lastig vindt om vast te stellen of aan de voorwaarden wordt voldaan, dan kan de patiënt de arts wijzen op de steungroep voor artsen die overleg willen plegen  www.steungroeppsychiaters.nl  .

Zegt de arts dat hij bezwaren heeft tegen het beëindigen van iemands leven, dan kan de patiënt vragen om doorverwezen te worden naar een arts die daar geen bezwaren tegen heeft.

Zijn noch de behandelend arts noch de huisarts bereid om hulp te bieden bij de beëindiging van het leven, dan kan de patiënt terecht bij de Levenseindekliniek ( zie links ).  De artsen van de Levenseindekliniek stellen door middel van gesprekken met de patiënt, de behandelend arts en de huisarts, en de bestudering van het medisch dossier vast, of er voldaan wordt aan de zorgvuldigheidseisen. Als dat het geval is, dan wordt in overleg met de patiënt bepaald waar en wanneer de levensbeëindiging zal plaatsvinden.

Via downloads kunt u een euthanasieverzoek downloaden.

Euthanasie tijdens een IBS of een RM

Als iemand is opgenomen met een IBS (inbewaringstelling) is er sprake van een crisissituatie. Onder die omstandigheden wordt er doorgaans van uitgegaan dat een patiënt niet in staat is zijn situatie juist te beoordelen. Tijdens een IBS zal dan ook niet worden ingegaan op een euthanasieverzoek.

Als iemand is opgenomen met een RM (Rechterlijke Machtiging) is het in zeer uitzonderlijke gevallen denkbaar dat een euthanasieverzoek wordt ingewilligd. Het zal dan met name gaan om situaties, waarin geen enkel behandelperspectief meer bestaat. Probleem hierbij is wel, of de patiënt wilsbekwaam genoeg is om een weloverwogen verzoek tot levensbeëindiging te doen.

Uitvoering van de levensbeëindiging

De arts kan hulp bij de levensbeëindiging bieden door de patiënt een drankje te geven dat hij zelf inneemt. Hierbij is het dus de patiënt zelf die de dodelijke handeling verricht.  

Er kan ook worden gekozen voor een infuus, dat door de arts wordt ingebracht en waardoor het betreffende medicijn wordt toegediend. Hierbij is het de arts die de dodelijke handeling verricht.  Voorafgaand aan de toediening van dat medicijn geeft de arts de patiënt een middel, waardoor hij in een diepe slaap valt.

De arts is verplicht om bij de patiënt te blijven tot hij dood is. Als blijkt dat er niet voldoende van het medicijn is toegediend, of dat het drankje alleen niet voldoende is, dan kan de arts altijd nog wat extra’s toedienen.

In de praktijk wordt veel vaker gebruik gemaakt van een infuus, dan dat de patiënt een drankje inneemt.

Als de patiënt is overleden moet de arts dat melden aan de gemeentelijke lijkschouwer, omdat het geen natuurlijke dood betreft.

Een Regionale Toetsingscommissie beoordeelt tenslotte of de arts de euthanasie zorgvuldig heeft uitgevoerd.